koken

1. Het zodanig verhitten van een vloeistof dat deze gaat borrelen en er damp vanaf komt. Water kookt bij 100oC. 2. Etenswaren in een kokende vloeistof laten ronddobberen totdat ze gaar zijn (bijvoorbeeld gekookte aardappelen) of in elk geval gegeten kunnen worden (een gekookt eitje) 3. De gewone benaming voor het klaarmaken van een warme maaltijd.

About the author: Mnr Proeven

Leave a Reply

Your email address will not be published.

twintig − 4 =